ECLI:NL:RVS:2004:AO6118
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Ermelo over beëindiging permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo legde appellant bij besluit van 20 december 2001 op om de permanente bewoning van een recreatiewoning te beëindigen, onder dreiging van een dwangsom. Appellant voerde bezwaar aan, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan “Strand Horst 1-1991” permanente bewoning verbiedt en dat dit gebruiksverbod niet in strijd is met het EVRM, omdat het noodzakelijk is voor het algemeen belang. Vaststond dat appellant ten tijde van het primaire besluit als vaste bewoner stond ingeschreven en dit ook erkende.
Echter oordeelde de Afdeling dat het college ten onrechte niet nader heeft onderzocht of de overtreding was beëindigd na overleggen van een Duitse inschrijving (Meldebescheinigung) van januari 2002. Het besluit van 17 mei 2002 om het bezwaar ongegrond te verklaren was daarmee in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college van 17 mei 2002 wordt vernietigd.