ECLI:NL:RVS:2004:AO7469
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester Amsterdam over sluiting en intrekking vergunning coffeeshop
De burgemeester van Amsterdam heeft bij besluiten van 31 oktober 2002 en 12 december 2002 de onmiddellijke sluiting en intrekking van de exploitatievergunning van een coffeeshop bevolen vanwege de aanwezigheid van harddrugs en wapens. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de Opiumwet en APV, omdat er cocaïne en verboden wapens waren aangetroffen. De hoeveelheid cocaïne werd terecht aangemerkt als voor verkoop bestemd.
Echter, ten aanzien van het besluit tot intrekking van de vergunning oordeelt de Afdeling dat de burgemeester onvoldoende heeft aangetoond dat appellant ernstige nalatigheid heeft betracht. Er zijn geen concrete maatregelen genoemd die appellant had moeten nemen, noch is hij gewaarschuwd. Ook is de intrekking van de gedoogverklaring niet als besluit aan te merken, zodat de burgemeester ten onrechte bezwaren hierover heeft ontvangen.
De Afdeling vernietigt het besluit van 9 april 2003 en de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover deze het besluit handhaafde, en gelast de burgemeester opnieuw te beslissen. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Besluit tot sluiting bevestigd; besluit tot intrekking vergunning vernietigd en opnieuw te beslissen; proceskosten en griffierecht vergoed.