ECLI:NL:RVS:2004:AO8491
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- F.P. Zwart
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom tegen permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Lochem legde appellant en zijn echtgenote een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van hun recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan “Buitengebied 1991”. Appellant stelde onder meer dat het verbod op permanente bewoning in strijd was met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan een wettelijk toegestane regulering is die noodzakelijk wordt geacht voor het algemeen belang en dat het beroep op EVRM-artikelen faalt. Verder werd vastgesteld dat appellant daadwerkelijk permanent in de recreatiewoning verbleef, wat werd onderbouwd met inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en waarnemingen van toezichthouders.
Appellant voerde ook aan dat de last onder dwangsom onvoldoende was bepaald en dat legalisering mogelijk was, maar deze argumenten werden niet ontvankelijk verklaard omdat ze niet eerder waren ingebracht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tegen permanente bewoning wordt bevestigd.