ECLI:NL:RVS:2004:AO8499
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering bouwvergunning luchtafvoerkanaal
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Duiven, weigerde op 26 februari 2002 aan N.V. AVR-AVIRA een bouwvergunning voor het plaatsen van een luchtafvoerkanaal GFT te verlenen. AVIRA maakte bezwaar tegen deze weigering, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van AVIRA gegrond en vernietigde het besluit van appellant, met de opdracht een nieuw besluit te nemen.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de welstandsadviezen gebrekkig waren en dat appellant deze niet aan zijn oordeel had mogen ten grondslag leggen. De Afdeling benadrukte dat de welstandstoets zich richt op de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en dat de adviezen van de welstandscommissie terecht de bestaande situatie en beeldbepalende functie van het complex betrokken.
De Afdeling stelde vast dat de bouwmogelijkheden niet onredelijk werden beperkt door de welstandsadviezen en dat AVIRA geen tegenbewijs had geleverd dat de bouw technisch onmogelijk of onredelijk kostbaar zou zijn. Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van AVIRA ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van AVIRA ongegrond verklaard.