ECLI:NL:RVS:2004:AO8501
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.E.M. Polak
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning horeca vanwege overtreding Drank- en Horecawet door internetdiensten
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 16 oktober 2001 een vergunning aan appellante voor het uitoefenen van haar horecabedrijf. Deze vergunning werd geweigerd omdat de horecalokaliteit tevens internettoegang aanbood, wat volgens het college een overtreding van artikel 14 van Pro de Drank- en Horecawet (DHW) inhoudt. Appellante stelde dat het aanbieden van internettoegang niet als bedrijfsmatig aanbieden van diensten moest worden gezien, maar de rechtbank en later de Raad van State oordeelden anders.
De Raad van State overwoog dat de wetgever met artikel 14, derde lid, van de DHW slechts het aanbieden van enkele faciliteiten zoals telefoon, fax en biljarttafel niet als verboden dienstverlening beschouwt. Het aanbieden van internettoegang met 24 computers in de horecalokaliteit overstijgt deze faciliteiten en wordt gezien als bedrijfsmatig aanbieden van diensten. Dit trekt een zelfstandige stroom bezoekers, wat het cafébezoek beïnvloedt.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de vergunning heeft geweigerd op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de DHW. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de horecavergunning bevestigd.