ECLI:NL:RVS:2004:AO8510
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod ligplaats innemen met woonschip in Schagerkanaal
Appellant wilde met zijn woonschip een ligplaats innemen in het Schagerkanaal te Schagen, maar het college van burgemeester en wethouders verbood dit op grond van artikel 5.3.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Appellant stelde dat het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) van toepassing was en dat het verbod daarom niet gold.
De Raad van State oordeelde dat het verbod uit de APV van toepassing blijft, omdat het BPR slechts betrekking heeft op de veiligheid en vlotheid van de scheepvaart, terwijl de APV ook andere belangen zoals openbare orde en volksgezondheid beschermt. Het college handelde binnen zijn bevoegdheid door het verbod toe te passen en het verzoek van appellant af te wijzen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat er geen toezeggingen waren gedaan en de situatie van ligplaatsen in het kanaal niet vergelijkbaar was met die in de haven. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank Alkmaar.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verbod op het innemen van een ligplaats met een woonschip in het Schagerkanaal wordt bevestigd.