ECLI:NL:RVS:2004:AO8855
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing afvalwater voormalige stortplaats wegens onvoldoende motivering beste bestaande techniek
Bij besluit van 15 april 2003 verleende het hoogheemraadschap van Rijnland een vergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van de voormalige stortplaats in de Coupépolder te Alphen aan den Rijn in het oppervlaktewater van de Oude Rijn. Appellanten maakten bezwaar tegen de onbeperkte duur van de vergunning en de toepassing van de beste bestaande techniek voor zuivering van het drainagewater.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning in strijd is met de Europese richtlijn 76/464/EEG omdat deze niet voor een beperkte duur is verleend. Tevens concludeerde de Afdeling dat de huidige zuiveringsmethode, waarbij het drainagewater via het gemengd rioolstelsel en de AWZI wordt gezuiverd, geen maatregel aan de bron is en niet kan worden beschouwd als de beste bestaande techniek. De Afdeling stelde dat een waterdichte afdeklaag en mogelijk voorzuivering wel als beste bestaande technieken moeten worden beschouwd.
Daarom is het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand gekomen, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens is het hoogheemraadschap veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens strijd met Europese richtlijnen en onvoldoende motivering van de beste bestaande techniek.