ECLI:NL:RVS:2004:AO8877
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning uitbreiding woonhuis te Hilversum
Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum verleende op 11 juni 2001 een bouwvergunning voor de vergroting van een woonhuis aan de linkerzijde van een perceel te Hilversum. Deze vergunning werd aangevochten door een omwonende, appellante sub 2, die bezwaar maakte tegen het besluit en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank oordeelde dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en vernietigde het besluit op bezwaar.
Beide partijen stelden hoger beroep in bij de Raad van State. Het geschil draaide om de vraag of de uitbreiding als onderdeel van het hoofdgebouw of als bijgebouw moest worden aangemerkt, hetgeen bepalend was voor de toepasselijke bouwvoorschriften. De Raad van State stelde vast dat de garderobe en slaapkamer functioneel en bouwkundig nauw verbonden zijn met de woning en dus onderdeel zijn van het hoofdgebouw. De bergruimte is bouwkundig verbonden en heeft daardoor niet het karakter van een bijgebouw.
De Raad concludeerde dat het bouwplan de toegestane bouwdiepte van 10 meter overschrijdt met circa 13,5 meter, waardoor het in strijd is met het bestemmingsplan. Daarnaast oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte welstandsaspecten had betrokken in haar oordeel, omdat deze niet aan de orde waren gesteld en niet ambtshalve mogen worden getoetst. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat nadere besluitvorming vereist is. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bouwvergunning voor de uitbreiding van het woonhuis is onrechtmatig verleend en het besluit op bezwaar wordt vernietigd.