ECLI:NL:RVS:2004:AO9739

Raad van State

Datum uitspraak
19 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200305803/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:5 AwbArt. 3:9 AwbArt. 5 Monumentenverordening HeilooArt. 11 Monumentenverordening Heiloo
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit gemeentelijke monumentenlijst wegens onvoldoende deskundigheid adviescommissie

De gemeente Heiloo plaatste op 9 april 2001 de woning van appellant op de gemeentelijke monumentenlijst, na advies van de Heilooër Monumentencommissie (HMC). Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de raad op 3 september 2001 werd afgewezen. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelt dat de samenstelling van de HMC ten tijde van het advies onvoldoende deskundigheid bevatte, omdat er geen leden met specifieke bouwkundige kennis aanwezig waren. Hierdoor was het advies niet zorgvuldig en is het besluit op bezwaar in strijd met de Algemene wet bestuursrecht genomen.

Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de raad van Heiloo vernietigd. De raad wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de vereiste deskundigheid. Tevens wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.

Uitkomst: Het besluit van de gemeente Heiloo om de woning op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen wordt vernietigd en de raad dient opnieuw te beslissen met voldoende deskundigheid.

Uitspraak

200305803/1.
Datum uitspraak: 19 mei 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 23 juli 2003 in het geding tussen:
appellant
en
de raad van de gemeente Heiloo.
1. Procesverloop
Bij besluit van 9 april 2001, bekendgemaakt bij brief van 12 april 2001, heeft de raad van de gemeente Heiloo (hierna: de raad), overeenkomstig het advies van de Heilooër Monumentencommissie (hierna: de HMC), appellants woning aan de [locatie] te Heiloo (hierna: het pand) op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.
Bij besluit van 3 september 2001, bekendgemaakt bij brief van 5 september 2001, heeft de raad het daartegen door appellant gemaakte bezwaar, overeenkomstig het advies van de commissie voor Bezwaarschriften van 16 juli 2001, ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 23 juli 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 augustus 2003, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 5 november 2003 heeft de raad van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 april 2004, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. T.A.M. van den Ende, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door drs. A. van Breugel, medewerker van de afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu van de gemeente Heiloo, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Heilooër Monumentenverordening (hierna: de Monumentenverordening) kan de gemeenteraad besluiten onroerende monumenten als beschermd gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen.
Ingevolge artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van de Monumentenverordening geeft de gemeenteraad over plaatsing van onroerende monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst niet eerder een beschikking nadat de HMC over plaatsing advies heeft uitgebracht.
Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Monumentenverordening bestaat de HMC naast de door burgemeester en wethouders aan te wijzen voorzitter uit tenminste nog een lid uit ieder van de volgende categorieën:
a. de Vereniging Oud-Heiloo,
b. de Stichting Heiloo Houden Zo!,
c. de Stichting Baduhenna,
d. één of meer van de volgende externe deskundigen: een restauratie-architect, een (historisch) geograaf, een architectuurhistoricus, een bouwhistoricus, een archeoloog, een stedenbouwkundige, een landschapsarchitect.
Ingevolge artikel 5, vijfde lid, van de Monumentenverordening wordt de HMC bijgestaan door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen secretaris.
2.2. Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de raad zich niet mocht baseren op het aan het bestreden plaatsingsbesluit, zoals dat bij de beslissing op bezwaar is gehandhaafd, ten grondslag gelegde advies van de HMC, omdat de deskundigheid van die commissie, gelet op haar samenstelling, in dit geval niet was gewaarborgd.
2.2.1. Dat betoog slaagt. Vast staat dat de HMC zoals die was samengesteld ten tijde van het advies over de plaatsing van het pand op de gemeentelijke monumentenlijst geen leden telde met een specifieke kennis op het terrein van de bouwkunde, zoals een (restauratie-)architect, een architectuur- of bouwhistoricus dan wel een stedenbouwkundige.
In aanmerking genomen dat de HMC een adviseur is als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, moet worden geoordeeld dat de beslissing op bezwaar, waaraan de bedoelde advisering ook ten grondslag ligt, is genomen in strijd met artikel 3:9 van Pro die wet. Het onderzoek door de HMC kan immers niet geacht worden zorgvuldig te zijn verricht, daar haar deskundigheid niet was verzekerd. Ten onrechte heeft de gemeenteraad, naar de rechtbank heeft miskend, daaraan voorbij gezien.
2.3. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de beslissing op bezwaar op de hiervoor genoemde grond vernietigen. De raad dient met inachtneming van deze uitspraak opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant.
2.4. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 23 juli 2003, BESLU 01/1826;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Heiloo van 3 september 2001;
V. veroordeelt de raad van de gemeente Heiloo in de door [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1288,00 welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Heiloo te worden betaald aan [appellant];
VI. gelast dat de gemeente Heiloo aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht (€ 284,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Haan, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Haan
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004
27-420.