ECLI:NL:RVS:2004:AP0350
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding oogstderving door waterschap
Appellant verzocht het dagelijks bestuur van het waterschap Hunze en Aa's om vergoeding van schade wegens oogstderving in 2000, welke werd afgewezen. Na bezwaar en een tweede afwijzing stelde appellant beroep in bij de rechtbank Groningen, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het bestuursorgaan met de afwijzing een besluit heeft genomen dat vatbaar is voor beroep. De rechtbank had het beroep tegen de beslissing op bezwaar ontvankelijk moeten verklaren. Echter, het beroep tegen het zuivere schadebesluit zelf was niet ontvankelijk omdat onvoldoende is gebleken van een publiekrechtelijke bevoegdheid die is uitgeoefend of nagelaten.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het waterschap, verklaart het beroep gegrond, maar verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn bezwaar. Tevens veroordeelt zij het waterschap tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar, uitspraak rechtbank en besluit waterschap worden vernietigd.