ECLI:NL:RVS:2004:AP0356
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling hogere geluidgrenswaarde woning Roermond
Appellanten maakten bezwaar tegen de vaststelling van een hogere geluidgrenswaarde voor hun woning te Roermond, vastgesteld door het college van gedeputeerde staten van Limburg. Na eerdere procedures en een gedeeltelijke vernietiging van het besluit, werd een nieuwe berekening van de geluidbelasting uitgevoerd door Grontmij volgens de SRM II methode.
Appellanten voerden aan dat de gebruikte rekenmethode niet conform RMV-methode II was, dat Grontmij niet onafhankelijk was, dat de geluidreductie door zoab onjuist werd toegepast en dat de geluidbelasting in 1999 onwaarschijnlijk hoog was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de gebruikte rekenmethode correct was, Grontmij als deskundige mocht optreden, de toegepaste wegdekcorrectie op basis van CROW-rapport juist was en de nieuwe berekening van de geluidbelasting aannemelijk was.
Verder stelde de Afdeling vast dat de vastgestelde hogere geluidgrenswaarde niet in strijd was met de Wet geluidhinder en dat er geen noodzaak was voor aanvullende bron- of overdrachtsmaatregelen. Ook werd het punt van het maximaal toelaatbare binnenniveau van 35 dB(A) beoordeeld en geconstateerd dat dit onderwerp reeds voldoende was behandeld in eerdere procedures.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van een hogere geluidgrenswaarde is ongegrond verklaard.