ECLI:NL:RVS:2004:AP0405
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting coffeeshop wegens aanwezigheid handelsvoorraad harddrugs
De burgemeester van Amsterdam heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet de onmiddellijke sluiting bevolen van een coffeeshop nadat bij een politieonderzoek een handelsvoorraad harddrugs werd aangetroffen. De voorzieningenrechter heeft deze sluiting bevestigd en geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was en zijn bevoegdheid redelijk heeft uitgeoefend.
Appellant erkent de aanwezigheid van de handelsvoorraad, maar betoogt dat de drugs niet bestemd waren voor verkoop in de coffeeshop en dat hij geen weet had van de aanwezigheid ervan. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de aanwezigheid van een handelsvoorraad drugs in een coffeeshop mag worden aangenomen als verband houdend met verkoop, en dat het beleid van de burgemeester inzake strikte scheiding van hard- en softdrugs niet onredelijk is.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat zowel de coffeeshop van appellant als een andere horecagelegenheid gesloten waren vanwege harddrugs, en de toepasselijke criteria (AHOJG) verschillen. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de coffeeshop wordt bevestigd.