ECLI:NL:RVS:2018:2924
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Sluiting eetcafé wegens handel in harddrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Breda heeft op 5 april 2017 besloten het eetcafé te sluiten voor een periode van een jaar vanwege de aanwezigheid van harddrugs in handelshoeveelheden en de daarmee gepaard gaande overlast. Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door de burgemeester, heeft de rechtbank het besluit vernietigd en herroepen omdat zij vond dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank een onjuist toetsingskader had gehanteerd en bevestigde de vaste jurisprudentie dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs in een pand in beginsel wordt aangenomen dat deze bestemd zijn voor handel, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De wederpartij slaagde er niet in dit tegenbewijs te leveren.
De Raad van State concludeerde dat de burgemeester bevoegd was het eetcafé te sluiten en dat de sluiting voor de periode van een jaar passend was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het eetcafé voor een jaar wegens handel in harddrugs.