ECLI:NL:RVS:2004:AP1102
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- B.J. van Ettekoven
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing nadeelcompensatie HSL-Zuid door Schadevergoedingsschap
Eneco Energie Delfland N.V. vorderde vergoeding van nadeelcompensatie wegens schade die zij zou hebben geleden door het onherroepelijke tracébesluit HSL-Zuid. Deze schade zou voortvloeien uit het verlies van distributieovereenkomsten met tuinders wiens percelen waren aangekocht voor de aanleg van de HSL-Zuid.
Het algemeen bestuur van het Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4 wees het verzoek af wegens het ontbreken van een rechtstreeks causaal verband tussen het tracébesluit en de schade. De rechtbank Rotterdam verklaarde het bezwaar van Eneco gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij het causaliteitscriterium van het bestuur verwierp.
De Raad van State oordeelde echter dat het criterium van rechtstreeks causaal verband wel degelijk toepasselijk is, gelet op de aard van de schadevergoeding en het algemeen belang bij de aanleg van de HSL-Zuid. De schade van Eneco was het directe gevolg van de opzegging van distributieovereenkomsten door de tuinders en niet rechtstreeks toe te rekenen aan het tracébesluit.
Daarom werd het hoger beroep van het algemeen bestuur gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van Eneco alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Eneco wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van rechtstreeks causaal verband tussen het tracébesluit en de gevorderde schadevergoeding.