ECLI:NL:RVS:2004:AQ7463
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- P. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens nalaten afstand te doen van oorspronkelijke nationaliteit
Bij Koninklijk Besluit is het Nederlanderschap van een vreemdeling ingetrokken omdat hij niet tijdig afstand had gedaan van zijn oorspronkelijke nationaliteit, zoals vereist volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap. De vreemdeling stelde dat hij onwetend was over de procedure en pas na juridische bijstand stappen heeft gezet om afstand te doen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 7 van Pro het Europees Verdrag inzake nationaliteit (EVN) rechtstreeks van toepassing is en dat intrekking alleen gerechtvaardigd is bij opzettelijk nalaten afstand te doen.
De Raad van State stelde vast dat de minister ten onrechte niet had onderzocht welke betekenis moest worden toegekend aan de door de vreemdeling alsnog genomen stappen om afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. Desondanks bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, met verbeterde motivering, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van het Nederlanderschap wegens nalaten afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit.