ECLI:NL:RVS:2004:AR2513
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving geluidsoverlast inrichting te Reusel wegens schending hoorplicht
Appellant verzocht om bestuurlijke handhavingsmaatregelen tegen inrichtingen op een perceel te Reusel. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek bij besluit van 11 oktober 2002 af. Na bezwaar en beroep vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak een eerdere beslissing en beval het college een nieuw besluit te nemen.
Bij het nieuwe besluit van 2 maart 2004 handhaafde het college opnieuw de afwijzing, gebaseerd op twee akoestische rapporten van januari en maart 2004. Appellant stelde dat hij niet was gehoord over deze nieuwe feiten en omstandigheden, wat volgens artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel had moeten gebeuren.
De Raad van State oordeelde dat het college inderdaad de akoestische rapporten als nieuwe feiten gebruikte die van aanmerkelijk belang waren voor de beslissing op bezwaar. Omdat appellant niet in de gelegenheid was gesteld om hierover te worden gehoord, is het besluit in strijd met artikel 7:9 Awb Pro tot stand gekomen en kan het niet in stand blijven.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan appellant. De overige beroepsgronden werden niet behandeld.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden van 2 maart 2004 wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.