Uitspraak
200100451/1is dit onderdeel van paragraaf 5.3 van de Handreiking niet in strijd met het recht.
Raad van State
Verweerder heeft op 2 december 2003 een revisievergunning verleend aan vergunninghouder voor een inrichting bestemd voor het bewerken en opslaan van puin en bouwmaterialen op een perceel te Alem. Tegen dit besluit zijn meerdere beroepen ingesteld door bewoners en belanghebbenden uit de omgeving.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de ontvankelijkheid van de beroepen onderzocht en vastgesteld dat enkele gronden niet-ontvankelijk zijn omdat er geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit zijn ingebracht. De overige gronden zijn inhoudelijk beoordeeld.
De Afdeling heeft geoordeeld dat de vergunning terecht is verleend met inachtneming van milieutechnische inzichten, waarbij geluidhinder door de inrichting en het verkeer binnen de gestelde grenswaarden blijft. Ook de incidentele hogere geluidemissies door de puinbreker zijn na afweging toelaatbaar. Verder zijn maatregelen ter beperking van stofhinder passend geacht en is de werkwijze omtrent de wasplaats en controle op gevaarlijke stoffen voldoende.
De beroepen zijn voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De vergunning blijft in stand met de gestelde voorschriften en beperkingen ter bescherming van het milieu.
Uitkomst: De beroepen tegen de revisievergunning zijn deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard; de vergunning blijft ongewijzigd van kracht.