Uitspraak
200200649/1(AB 2002, 420) is de bezwaarschriftenprocedure bedoeld voor een volledige heroverweging die niet is gebonden aan argumenten of omstandigheden die in het bezwaarschrift aan de orde zijn gesteld.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Laren weigerde op 22 augustus 2000 een bouwvergunning voor de wijziging van een bedrijfspand op een perceel in Laren. Na bezwaar en heroverweging handhaafde het college de weigering op grond van strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit moest nemen.
Appellanten stelden in hoger beroep dat het college onrechtmatig had gehandeld door strijd met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en dat kantoren op het perceel met bestemming 'Bedrijven (B)' en nadere aanwijzing '(III)' wel toegestaan zouden zijn. De Raad van State oordeelde dat de bezwaarschriftenprocedure een volledige heroverweging mogelijk maakt en dat de planvoorschriften duidelijk kantoren alleen toestaan op gronden met nadere aanwijzing I en II, niet op III.
Verder faalde het beroep op overgangsrecht omdat het bouwplan een uitbreiding van de strijdige kantoorfunctie beoogde, wat niet is toegestaan volgens artikel 28 van Pro de planvoorschriften. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.