ECLI:NL:RVS:2004:AR2909
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoegingsaanvraag wegens onvoldoende financieel belang
Appellante verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand ter vergoeding van kosten die zij maakte in bezwaar tegen een besluit van haar zorgverzekeraar. Het bureau rechtsbijstandvoorziening wees dit verzoek af omdat het financiële belang minder dan €180 bedroeg, de minimumeis volgens het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria (Brt).
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en ook de Raad van State oordeelde dat het belang uitsluitend bestaat uit de eigen bijdrage van appellante van €150, en niet uit de volledige proceskostenvergoeding van €322 waarop appellante zich beriep. De Raad stelde vast dat het belang in de zin van het Brt het rechtstreeks en individueel belang betreft, namelijk de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand.
De Raad van State verwierp het beroep van appellante en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het financiële belang onvoldoende is om toevoeging te verlenen. De aangevallen uitspraak werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De afwijzing van de toevoegingsaanvraag wegens onvoldoende financieel belang wordt bevestigd.