ECLI:NL:RVS:2022:3586
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende financieel belang
Bij besluit van 17 april 2020 wees de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van appellante om toevoeging voor rechtsbijstand af vanwege een financieel belang van minder dan €500. Appellante had beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin geen vergoeding voor proceskosten werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het financieel belang alleen bestond uit de eigen bijdragen van €288 voor de verleende toevoegingen. Appellante stelde dat het financieel belang hoger was, onder meer door griffierechten en mogelijke schadevergoedingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat alleen daadwerkelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand meetellen bij het bepalen van het financieel belang. Proceskosten en griffierechten die niet daadwerkelijk zijn betaald, worden buiten beschouwing gelaten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalde omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op een toevoeging in hoger beroep.
Ook waren er geen zwaarwegende belangen of persoonlijke omstandigheden die een toevoeging rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.