ECLI:NL:RVS:2004:AR3801
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-De Vin
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing schadevergoeding wegens bestemmingsplan zwembad Vlissingen
Verzoeker vorderde een schadevergoeding wegens waardevermindering van haar woning door de realisatie van een zwembad op basis van het bestemmingsplan Vrijburg te Vlissingen. Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af, waarna de rechtbank Middelburg het beroep van verzoeker gegrond verklaarde en de beslissing op bezwaar vernietigde vanwege een gebrek aan motivering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of sprake was van een planologische verslechtering ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan. Uit vergelijking van de bestemmingsplannen bleek dat de overlast en hinder niet in relevante mate waren toegenomen en dat het planologische regime voor de tussenliggende gronden niet was gewijzigd.
De Afdeling concludeerde dat verzoeker niet in een nadeliger positie was gekomen door het nieuwe bestemmingsplan en dat er daarom geen sprake was van vergoedingsplichtige schade. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker op schadevergoeding wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.