ECLI:NL:RVS:2004:AR5418
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging revisievergunning pluimveeslachterij wegens onvoldoende motivering geurvoorschriften
Bij besluit van 3 februari 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem aan Pluimveeslachterij Esbro B.V. een revisievergunning voor haar inrichting. Tegen dit besluit stelde appellante beroep in bij de Raad van State.
Appellante betoogde onder meer dat voorschrift 1.4.4 onredelijk bezwarend was en dat de geurnorm van 1,1 ge/m3 als 98-percentiel niet acceptabel was vanwege onvoldoende rekening houden met uitzonderlijke omstandigheden. Daarnaast stelde zij dat de voorgeschreven maatregelen en termijnen niet adequaat waren.
De Raad van State oordeelde dat voorschrift 1.4.4 niet onredelijk bezwarend was, omdat het uitsluitend betrekking had op het voorkomen van hinder door ontsnapt pluimvee afkomstig van de inrichting zelf. Echter, de geurnorm van 1,1 ge/m3 als 98-percentiel was onvoldoende gemotiveerd en het bestuursorgaan had niet aangetoond dat deze norm met de voorgeschreven maatregelen haalbaar was. Daarom werden de voorschriften 2.1.1 tot en met 2.1.3 vernietigd. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt gedeeltelijk de geurvoorschriften van de revisievergunning en veroordeelt het college tot proceskostenvergoeding.