ECLI:NL:RVS:2023:3941
Raad van State
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- J.M.L. Niederer
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging van revisievergunning voor OCI Terminal Europoort B.V. inzake gebruik raccordement en meldingsvoorschriften
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 11 maart 2019 een revisievergunning aan OCI Terminal Europoort B.V. (OTE) voor haar inrichting aan de Moezelweg 151 te Rotterdam-Europoort. OTE maakt gebruik van een raccordement dat deel uitmaakt van de inrichting van Euro Tank Terminal B.V. (ETT). De rechtbank Den Haag vernietigde de revisievergunning deels, omdat het college geen voorschriften had verbonden aan het gebruik van het raccordement door OTE en omdat voorschriften 1.6.1 en 1.6.2 over het melden van ongewone voorvallen in strijd zouden zijn met de Wet milieubeheer.
Het college stelde in hoger beroep dat het gebruik van het raccordement niet onderdeel was van de aanvraag en dat voorschriften over het raccordement onwenselijk en onnodig zijn, omdat reeds vergunningen voor ETT gelden. De Afdeling oordeelde dat uit de aanvraag en milieurapportage blijkt dat OTE geen vergunning voor activiteiten op het raccordement heeft aangevraagd, zodat het college terecht geen voorschriften hierover heeft verbonden. De rechtbank heeft dit ten onrechte vernietigd.
Ten aanzien van voorschriften 1.6.1 en 1.6.2 over het melden van ongewone voorvallen oordeelt de Afdeling dat deze voorschriften rechtsonzeker zijn doordat onvoldoende duidelijk is wanneer sprake is van grotere of kleinere milieugevolgen en dat zij ongewone voorvallen zonder milieugevolgen buiten de inrichting verplicht melden. Dit druist in tegen de systematiek van de Wet milieubeheer, die alleen gevolgen buiten de inrichting betreft. De rechtbank heeft deze voorschriften terecht vernietigd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vernietiging van de revisievergunning wegens het ontbreken van voorschriften over het raccordement wordt teruggedraaid, en de vernietiging van de meldingsvoorschriften wordt bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de vernietiging wegens ontbrekende voorschriften over het raccordement is teruggedraaid en de vernietiging van meldingsvoorschriften bevestigd.