ECLI:NL:RVS:2004:AR5470
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek openbaarmaking adresgegevens school dochter op grond van WOB
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) de adresgegevens van de school te verstrekken waar zijn dochter in 2000 onderwijs heeft genoten. Het college wees dit verzoek af met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de dochter. Ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat de adresgegevens van een school niet als bestuurlijke aangelegenheid in de zin van de WOB kunnen worden aangemerkt. Het verzoek van appellant strekte er feitelijk toe om te weten welke school zijn dochter bezocht. De Raad benadrukte dat het recht op openbaarmaking volgens de WOB uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient en niet het persoonlijke belang van de verzoeker.
Appellant stelde dat hij als niet met het gezag belaste ouder op grond van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op deze informatie en dat er geen privacy-voorbehoud tussen ouders en kinderen geldt. Dit betoog werd verworpen omdat de WOB een eigen belangenafweging vereist waarbij het belang van de persoonlijke levenssfeer van de dochter zwaarder weegt dan het verzoek tot openbaarmaking.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op family life) slaagde niet, omdat dit recht niet absoluut is en moet wijken voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de dochter. De Raad van State bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om openbaarmaking van de adresgegevens van de school wordt afgewezen.