Uitspraak
200103463/1, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep tegen het besluit van 12 april 2000 gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Raad van State
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Soest, verzocht om wijziging van de aanwijzing van het militair luchtvaartterrein Soesterberg, met name aanpassing van de geluidszone aan het verminderde gebruik van het terrein. Verweerder, de staatssecretaris van Defensie, wees dit verzoek af en handhaafde deze afwijzing in een besluit van 31 maart 2004.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of met behoud van militaire en bondgenootschappelijke gebruiksmogelijkheden tegemoet kon worden gekomen aan de belangen van appellant. De vastgestelde geluidszones belemmeren de planologische ontwikkeling die appellant wil realiseren.
Daarom is het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is een voorlopige voorziening getroffen die de geluidscontouren gedeeltelijk wijzigt op basis van een rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris van Defensie tot afwijzing van de wijziging van de geluidszone rond het militair luchtvaartterrein Soesterberg is vernietigd.