ECLI:NL:RVS:2004:AR7590
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake subsidieaanvraag
De stichting Mådmøbel vroeg op 25 september 2000 subsidie aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor het project "Aarde Werk". Het college verklaarde een bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op deze aanvraag niet-ontvankelijk. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat appellante sub 2 geen bezwaar had gemaakt tegen het niet tijdig beslissen en dat dit haar redelijkerwijs verweten kon worden, waardoor haar beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. Dit oordeel van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellante sub 2 alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van appellante sub 1 oordeelde de Afdeling dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het bezwaar onredelijk laat was ingediend en dat appellante sub 1 niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat zij niet de subsidieaanvraag had ingediend. Het hoger beroep van appellante sub 1 werd ongegrond verklaard.
Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen omdat het beroep niet gegrond werd verklaard. De griffierechten van appellante sub 2 werden terugbetaald. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 december 2004.
Uitkomst: Het beroep van appellante sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellante sub 1 wordt ongegrond verklaard.