ECLI:NL:RVS:2004:AR7595
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schadevergoeding wegens volledige onbereikbaarheid tankstation door wegafsluiting A31
Op 7 mei 2001 kende appellant, de Minister van Verkeer en Waterstaat, op grond van de Regeling Nadeelcompensatie Rijkswaterstaat 1991 een schadevergoeding toe aan [wederpartij] wegens de afsluiting van de A31 tussen Dronrijp en Marssum. De vergoeding betrof alleen de periode van 18 oktober tot 12 november 1999, omdat de verlenging van de werkzaamheden tot die datum niet voorzien was.
De rechtbank Leeuwarden oordeelde echter dat ook over de periode van 22 september tot 18 oktober 1999 schadevergoeding verschuldigd was, omdat de volledige onbereikbaarheid van het tankstation het normale ondernemersrisico overstijgt. Appellant stelde dat de keuze voor volledige afsluiting gerechtvaardigd was door veiligheids- en financiële overwegingen en dat ondernemers rekening moeten houden met dergelijke risico’s.
De Raad van State verwierp dit verweer en bevestigde dat de extra schade door volledige onbereikbaarheid niet tot het normale ondernemersrisico behoort. Ook oordeelde de Raad dat bij de heroverweging rekening moet worden gehouden met de werkelijke omzetten na de afsluiting. Wel werd het oordeel van de rechtbank beperkt waar het ging om schadeposten die volledig werden toegewezen, omdat alleen de extra schade voor vergoeding in aanmerking komt.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank werd met verbetering van gronden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat schadevergoeding verschuldigd is voor de volledige onbereikbaarheid van het tankstation gedurende de gehele periode van wegafsluiting.