Uitspraak
200305905/1(AB 2004,259), gedaan op het door het college van gedeputeerde staten ingestelde hoger beroep tegen de vernietiging door de voorzieningenrechter van een in bezwaar gehandhaafd besluit tot verlening van vrijstelling met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de WRO en bouwvergunning, overwogen dat dit college niet als belanghebbende in de zin van artikel 37 van Pro de Wet op de Raad van State in samenhang met artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt.
199900791/1, geen aanleiding heeft gezien alsnog goedkeuring aan de agrarische bestemming van het gebied te onthouden.