Uitspraak
200202190/1(AB 2003, 172) waar appellante ter ondersteuning van haar betoog op heeft gewezen betreft een andere situatie, waarin het bestuursorgaan overigens zelf al een overgangsperiode van vijf jaar had aangehouden. Voorts betoogt appellante tevergeefs dat de voorzieningenrechter ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat verschillende van de subsidieverstrekkende gemeenten te kennen hebben gegeven de subsidie te willen verlagen of te beëindigen. Nu dit geschil enkel betrekking heeft op het besluit van het college van 20 augustus 2004 kunnen beslissingen van andere gemeenten om geen dan wel minder subsidie te verstrekken niet in de beoordeling van de rechtmatigheid van evengenoemd besluit worden betrokken.