ECLI:NL:RVS:2005:AS5533
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.J. van Ettekoven
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bouwvergunning metrostation Vijzelgracht Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 14 juni 2000 een bouwvergunning voor het metrostation Vijzelgracht, inclusief casco, toegangen, lifthuizen en technische ruimten. De Vereniging De Bovengrondse maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de vereniging gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar.
In hoger beroep stelde het college dat het bouwplan een gelijkwaardig veiligheidsniveau bood als bedoeld in artikel 193 van Pro het Bouwbesluit, mede door de toepassing van een RookWarmteAfvoersysteem (RWA-installatie) en roltrappen met voldoende doorstroomcapaciteit. De Raad van State oordeelde dat het college op onderdelen onvoldoende had gemotiveerd waarom het bouwplan voldeed aan de veiligheidsvoorschriften, met name ten aanzien van de rook- en warmtevrije hoogte en de breedte en veiligheid van de roltrappen.
Daarnaast was er discussie over de afwijking van het negatieve welstandsadvies. De Afdeling oordeelde dat het college redelijkerwijs mocht afwijken van het welstandsadvies over de stationsingangen, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom het lifthuis op de voorgestelde locatie was gesitueerd. Gelet op deze tekortkomingen werd het besluit van 24 augustus 2004 vernietigd en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vereniging.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 24 augustus 2004 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met het Bouwbesluit en de Awb.