ECLI:NL:RVS:2005:AS6228
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huursubsidieverzoek wegens inschrijving kinderen gemeente
Appellant verzocht om huursubsidie over de periode 1 juli 2003 tot en met 30 juni 2004, welke door de Minister werd afgewezen omdat zijn kinderen niet op zijn adres stonden ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Appellant stelde dat hij met zijn ex-echtgenote co-ouderschap heeft en dat de kinderen afwisselend bij hem en zijn ex-echtgenote verblijven, waardoor hij recht zou moeten hebben op huursubsidie. Tevens beriep hij zich op de hardheidsclausule van artikel 26 van Pro de Huursubsidiewet.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geen recht op huursubsidie heeft omdat de kinderen niet op zijn adres staan ingeschreven, een vereiste volgens artikel 9 van Pro de Huursubsidiewet. De hardheidsclausule biedt geen mogelijkheid om van deze voorwaarde af te wijken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.