ECLI:NL:RVS:2009:BJ1115
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag 2006 en inschrijving minderjarige bij co-ouderschap
De Belastingdienst stelde de huurtoeslag 2006 aan de wederpartij definitief vast en bepaalde een terugbetaling van een deel van de toeslag. De wederpartij maakte bezwaar tegen deze vaststelling, omdat zijn minderjarige dochter niet op zijn adres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) stond ingeschreven vanwege een co-ouderschapregeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van de Belastingdienst.
De Belastingdienst ging in hoger beroep en betoogde dat het kindbegrip van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) niet van toepassing is op de Wet op de huurtoeslag (Wht) en dat inschrijving in de GBA op hetzelfde adres een vereiste is. De Raad van State oordeelde echter dat artikel 4, tweede lid, van de Awir, dat een uitzondering maakt voor kinderen die co-ouderschap hebben en op één adres staan ingeschreven, ook van toepassing is op de Wht.
De Raad van State vernietigde het deel van het vonnis van de rechtbank dat het besluit van 7 december 2007 vernietigde en de Belastingdienst opdroeg een nieuwe beschikking te geven, omdat volstaan kon worden met vernietiging van het besluit op bezwaar van 5 februari 2008. De Belastingdienst werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De Belastingdienst moet een nieuw besluit op bezwaar nemen rekening houdend met co-ouderschap en de inschrijving van het kind in de GBA.