ECLI:NL:RVS:2005:AS9248
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen aanwijzing veiligheidsrisicogebied Den Helder
De burgemeester van Den Helder heeft op grond van artikel 151b van de Gemeentewet een veiligheidsrisicogebied aangewezen voor de periode van 10 januari 2003 tot en met 30 juni 2003. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat appellante geen bijzonder, individueel belang heeft bij het aanwijzingsbesluit, omdat zij niet in het gebied woont, werkt, een bedrijf exploiteert, noch duurzaam op gezette tijden daar verblijft of gerechtigd is tot onroerend goed in het gebied. Haar algemene woonplaats in Den Helder en het gebruik van het gebied voor sociale doeleinden zijn onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt.
Verder wordt geoordeeld dat de door appellante ingeroepen bepalingen van het EVRM, waaronder artikel 8 en Pro artikel 13, niet leiden tot een ruimere uitleg van het belanghebbendevereiste. Er is geen sprake van een redelijkerwijs voorzienbare schending van haar rechten, aangezien het aanwijzingsbesluit niet impliceert dat zij daadwerkelijk zal worden gefouilleerd.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.