ECLI:NL:PHR:2007:AZ2475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid aanwijzing veiligheidsrisicogebied en preventieve fouillering in Amsterdam
De zaak betreft de strafrechtelijke vervolging van verdachte wegens het opzettelijk niet voldoen aan een bevel tot medewerking aan een preventieve fouillering in een door de burgemeester van Amsterdam aangewezen veiligheidsrisicogebied. De aanwijzing van dit gebied vond plaats bij besluiten van 20 november 2002 en 26 juni 2003, waarbij het gebied werd omschreven en de geldingsduur werd vastgesteld. De officier van justitie gaf een last af voor fouillering in dit gebied.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het aanwijzingsbesluit onvoldoende gemotiveerd was en daarmee het bevel niet rechtsgeldig was. De Hoge Raad stelt dat de strafrechter de rechtmatigheid van het aanwijzingsbesluit en het daarop gebaseerde bevel volledig moet toetsen, ook als de bestuursrechtelijke weg voor de verdachte niet openstaat. De toetsing moet aansluiten bij de bestuursrechtelijke toets, waarbij de burgemeester een ruime beoordelingsmarge heeft, maar het besluit proportioneel en deugdelijk gemotiveerd moet zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de motivering van het besluit van 26 juni 2003, in samenhang met het eerdere besluit en de onderliggende notitie, ontoereikend was. Ook heeft het hof het openbaar ministerie niet in de gelegenheid gesteld nadere onderbouwing te leveren. Daarom is de uitspraak van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.
De zaak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige motivering van veiligheidsrisicogebieden en de rol van de strafrechter bij de toetsing van bevelen tot preventieve fouillering, waarbij grondrechten zoals het recht op privacy en vrijheid worden betrokken. De wetgever heeft expliciet gekozen voor een tijd- en plaatsgebonden aanpak met waarborgen tegen disproportionele inbreuken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bepaalt dat de strafrechter de rechtmatigheid van het aanwijzingsbesluit en het bevel tot fouillering volledig moet toetsen.