Uitspraak
200403338/1en
200403350/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat verzoekers terecht zijn aangemerkt als overtreders van artikel 10.37, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
Raad van State
Bij besluit van 7 december 2004 heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Overschie het verzoek om opheffing van een last onder dwangsom afgewezen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 8 maart 2005, waarbij partijen werden gehoord. Verzoekers stelden dat de rechtsverhoudingen rondom de inrichting waren gewijzigd en dat zij niet langer verantwoordelijk waren voor de naleving van de last onder dwangsom.
De Voorzitter overwoog dat op grond van artikel 5:34, eerste lid, Awb een last onder dwangsom kan worden opgeheven indien het voor de overtreder blijvend of tijdelijk onmogelijk is aan de verplichtingen te voldoen. Er was echter onvoldoende aannemelijk dat de feiten en omstandigheden sinds eerdere uitspraken van 24 november 2004 zodanig waren gewijzigd dat opheffing gerechtvaardigd was. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot opheffing van de last onder dwangsom wordt afgewezen.