ECLI:NL:RVS:2005:AT4732
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- P.J.J. van Buuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving gebruik aan woning gebouwde berging wegens onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe legde appellante dwangsommen op om het gebruik van twee bergingen op haar perceel te beëindigen, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "Buitengebied Echteld". Appellante gebruikte de bergingen voor opvang en begeleid wonen van jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college terecht handhavend kon optreden tegen het gebruik van de vrijstaande berging, omdat dit gebruik afwijkt van het gebruik op de peildatum en niet onder het overgangsrecht valt. Voor de aan de woning gebouwde berging is echter onvoldoende onderzocht of het huidige gebruik vergelijkbaar is met het gebruik op de peildatum, zodat het college niet zorgvuldig heeft gemotiveerd waarom het overgangsrecht niet van toepassing zou zijn.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking hebben op de aan de woning gebouwde berging, en schorst het handhavingsbesluit voor deze berging. Het college moet opnieuw beslissen op het bezwaar. Tevens veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit over de aan de woning gebouwde berging wordt vernietigd en geschorst, het besluit over de vrijstaande berging blijft in stand.