ECLI:NL:RVS:2005:AT5657
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens niet-naleving registratie- en toezichtregels
Appellant, de Dienst Wegverkeer, trok bij besluit van 2 september 2003 de erkenning van de bedrijfsvoorraad van [wederpartij] voor zes weken in wegens het niet correct registreren van voertuigen als bedrijfsvoorraad en het niet kunnen tonen van een kentekenbewijs tijdens een bedrijvencontrole. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en schorste het besluit.
De Raad van State oordeelde dat de bedrijvencontroleur terecht mocht aannemen dat de bedrijfsleider bevoegd was om mee te werken aan de controle en dat de verklaringen van de bedrijfsleider betrouwbaar waren. De voertuigen waren onrechtmatig als bedrijfsvoorraad aangemeld, wat een geldige grond voor intrekking vormde.
Het beleid van appellant met betrekking tot de duur van de intrekking is niet onredelijk en de sanctie paste binnen het toezichtbeleid. Het gewijzigde beleid per 1 september 2004 was niet van toepassing. De Raad van State vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van [wederpartij] tegen de intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad wordt ongegrond verklaard.