ECLI:NL:RVS:2005:AT5677
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling bouwvergunning wegens onjuiste inhoudsbepaling woninguitbreiding
Het college van burgemeester en wethouders van Vaals verleende op 4 juni 2002 een vrijstelling en bouwvergunning voor het vergroten en veranderen van een woning. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat deels werd afgewezen. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het betoog van appellanten over een niet-toelaatbare voorwaarde tot inkorting van het bouwplan buiten beschouwing moest blijven, omdat dit niet eerder was aangevoerd. Vervolgens werd vastgesteld dat het college terecht vrijstelling had verleend van de nieuwbouwvoorschriften van het Bouwbesluit, ook als een substantieel deel van de woning was gesloopt.
Echter, de kern van het geschil betrof de vraag of het bouwplan binnen de toegestane uitbreidingspercentages viel volgens het bestemmingsplan. Er waren tegenstrijdige berekeningen van de inhoud van de oude en nieuwe woning, waarbij de latere berekening van juli 2003 een overschrijding van het toegestane percentage liet zien. De Raad van State vond dat deze berekening niet buiten beschouwing kon blijven en dat het besluit in strijd was met de vereiste zorgvuldigheid.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep alsnog gegrond verklaard en het besluit van 16 april 2003 vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vaals wordt vernietigd en het beroep van appellanten wordt alsnog gegrond verklaard.