Uitspraak
200105007/1, heeft geoordeeld dat de inbreuk van het bouwplan, waarvoor bij besluit van 2 mei 2000 met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO, zoals dat luidde tot 3 april 2000, vrijstelling en bouwvergunning is verleend, op het planologische regime niet als gering kan worden aangemerkt, betekent, anders dan appellanten kennelijk menen, niet dat het thans door de gemeente ingediende bouwplan niet voorzien kan worden van een goede ruimtelijke onderbouwing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de WRO, zoals dat thans luidt. Het in de jurisprudentie voor artikel 19 van Pro de WRO, zoals dat tot 3 april 2003 luidde, ontwikkelde urgentievereiste, wordt onder de werking van het nieuwe artikel 19 niet Pro meer gesteld.