Uitspraak
200304658/1(AB 2004, 252 en Gst. 2005, 88), niet in overeenstemming met het bepaalde bij artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat in dit geval niet is gebleken dat appellant heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, had de Minister niet mogen afzien van het horen. Nu appellant het aspect van het horen uitdrukkelijk heeft aangevoerd, had dit voor de rechtbank ook een vernietigingsgrond moeten opleveren. De rechtbank is hieraan ten onrechte voorbij gegaan. Nu het desbetreffende besluit door de rechtbank al om andere redenen is vernietigd, is er in zoverre echter geen aanleiding voor een vernietiging van de aangevallen uitspraak.