Uitspraak
200306687/1), biedt de tekst van artikel 19, tweede lid, van de WRO noch de parlementaire geschiedenis aanknopingspunten voor het oordeel dat het tweede lid niet ziet op grote projecten.
200801712/1), kent de uniforme openbare voorbereidingsprocedure waarmee het onderhavige vrijstellingsbesluit tot stand is gekomen, niet de verplichting om diegenen die zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht, voorafgaand aan het nemen van het definitieve besluit tevens nog te horen. De uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2005 in zaak nr.
200405528/1waar [wederpartij] en anderen ter onderbouwing van hun betoog naar verwijzen, heeft betrekking op de bezwaarschriftenprocedure, waarop artikel 7:2 van Pro de Awb van toepassing is, en is hier dus niet van belang. Het betoog faalt dan ook.
200706699/1), komt de vraag of voor de uitvoering van een project een ontheffing of vrijstelling nodig is op grond van de Flora- en faunawet, en zo ja, of deze ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, aan de orde in een eventueel te voeren procedure op grond van de Flora- en faunawet. Slechts indien op voorhand twijfel bestaat of een zodanige vrijstelling of ontheffing kan worden verleend, is er aanleiding een vrijstelling in het kader van artikel 19 van Pro de WRO te weigeren. Die situatie doet zich hier niet voor, mede gelet op het rapport "Natuurtoets uitplaatsing Sportpark Donk in de Oostpolder" van Grontmij Nederland B.V. van 7 augustus 2006. Bovendien is inmiddels voor de verplaatsing van de Kleine modderkruiper en de Bittervoorn onder voorwaarden ontheffing verleend.
200505109/1), heeft het college te beslissen over een plan zoals het is ingediend. Indien dit plan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. [wederpartij] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat die situatie zich hier voordoet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit de ruimtelijke onderbouwing en het daarbij behorende rapport "Sportvelden SV Donk te Gouda; Onderbouwing van de locatiekeuze van nieuwe sportvelden" van 28 juni 2006 blijkt dat het college verschillende alternatieven heeft bezien, maar gemotiveerd voor de Oostpolder heeft gekozen.