Uitspraak
200106279/1(Gst. 2002, 7178, 9), naar hij stelt, niet kan worden afgeleid dat een paardenstal kan worden aangemerkt als een bijgebouw. Die uitspraak had betrekking op een ander bouwplan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Buren verleende op 1 juli 2003 vrijstelling en een bouwvergunning voor het plaatsen van een paardenstal op een perceel in agrarisch gebied. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Arnhem werd afgewezen. Appellant stelde dat de paardenstal niet als bijgebouw kon worden aangemerkt en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de paardenstal als bijgebouw kon worden beschouwd vanwege de geringe omvang en de hobbymatige aard van het gebruik, aansluitend bij het hoofdgebouw. Het betoog van appellant dat de stal niet voldeed aan de definitie faalde. Tevens werd geoordeeld dat het college de belangen van appellant voldoende had betrokken door de situering van de stal aan te passen en dat alternatieve locaties niet een gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren zouden opleveren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.