ECLI:NL:RVS:2005:AT8008
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot uitbaggeren ligplaatsen in Kanaal van Steenenhoek
Het dagelijks bestuur van het waterschap Rivierenland wees het verzoek van appellant om het uitbaggeren van ligplaatsen in het Kanaal van Steenenhoek af. Appellant stelde dat het waterschap verantwoordelijk was voor het vaarwegbeheer en daarmee ook voor het baggeren van het kanaal. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep door de Raad van State werd bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het waterschap weliswaar als bevoegd gezag is aangewezen voor verkeersmaatregelen op het kanaal, maar niet belast is met het fysieke vaarwegbeheer of onderhoud zoals baggeren. Het reglement van het waterschap bevat geen taakopdracht voor vaarwegbeheer. Ook was niet gebleken dat er sprake was van onvoldoende afvoercapaciteit of gevaarzetting die baggeren noodzakelijk zou maken.
Verder oordeelde de Afdeling dat het waterschap ten tijde van het besluit niet bevoegd was voor waterkwaliteitsbeheer, zodat ook op die grond geen verplichting tot baggeren bestond. Het beroep van appellant op een huurovereenkomst en andere civielrechtelijke verplichtingen bleef buiten beschouwing, omdat het ging om de publiekrechtelijke taak van het waterschap.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot uitbaggeren bevestigd.