Uitspraak
200407458/2is afgewezen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Loppersum verleende op 4 augustus 2004 een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 WRO Pro aan het waterschap Noorderzijlvest voor het oprichten en gebruiken van een tijdelijk baggerdepot op meerdere percelen in de gemeente Middelstum. Verzoekers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit.
Na een gedeeltelijke gegrondverklaring van het bezwaar handhaafde het college de vrijstelling. De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekers verzochten vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om uitvoering van het besluit te voorkomen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit in het algemeen uitvoerbaar blijft zolang het beroep niet is toegewezen, zeker nu de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard. Er waren geen aanwijzingen dat de tijdelijke aard van de vrijstelling onvoldoende was gewaarborgd. Ook het eerdere verzoek om een voorlopige voorziening op grond van de Wet milieubeheer was afgewezen. Gelet op het algemeen belang bij de baggerwerkzaamheden en de betrokken belangen, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke vrijstelling voor het baggerdepot wordt afgewezen.