Uitspraak
200304188/1, moet het bij de belangen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb gaan om een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij dat belang los kan worden gezien van dat van de individuele leden, en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van boven-individuele belangen.
200206026/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de stadsdeelraad planologische medewerking zal verlenen aan de ontgronding. Overigens is gebleken dat de stadsdeelraad werkt aan de terinzagelegging van een ontwerp-bestemmingsplan dat de ontgronding mogelijk maakt en dat een voorbereidingsbesluit is genomen om het nemen van een vrijstellingsbesluit als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het verlagen van de dreven mogelijk te maken. Gelet hierop is het bestreden besluit niet in strijd met artikel 10, achtste lid, van de Ontgrondingenwet genomen. Dat verweerder aan het besluit het voorschrift heeft verbonden, dat met de ontgronding niet mag worden begonnen, voordat een door de stadsdeelraad te nemen besluit dat de ontgronding planologisch mogelijk maakt in werking is getreden, leidt - anders dan appellanten betogen - niet tot een ander oordeel. Dit vergunningvoorschrift ziet enkel op het tijdstip waarop van de vergunning gebruik mag worden gemaakt.
200409211/1, betreffende het hoger beroep van een aantal appellanten tegen de verleende kapvergunning, geen aanknopingspunt dat de beplanting langs de 's-Gravendijkdreef tot aan Groenhoven en ten noorden van de Geerdinkhofweg van hoge ecologische waarde is. Gelet hierop is het standpunt van verweerder dat de dreeflichamen niet van grote landschappelijke en ecologische waarde zijn evenmin onjuist of onredelijk.
200206026/1, uitgebrachte deskundigenbericht bevestigt dat de grondwaterstand na ontgraving van de dreven nagenoeg niet zal wijzigen. Van de huidige inrichtingsplannen in samenhang met het verwijderen van groen is volgens het MER en het deskundigenbericht een licht positief effect op de grondwaterstand te verwachten. Het rapport van Fugro Ingenieursbureau B.V., houdende aanvullende berekeningen, van oktober 2003 bevestigt de cijfers van de MER en komt eveneens tot de conclusie dat de herinrichting van het gebied zal leiden tot verlaging van de grondwaterstanden.