ECLI:NL:RVS:2005:AT9656
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- J.G.C. Wiebenga
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctiebevel sanering bodemverontreiniging in Brunssum
Bij besluit van 29 juli 2003 heeft gedeputeerde staten van Limburg burgemeester en wethouders van Brunssum bevolen de sanering van bodemverontreiniging in de gebieden Woonvlek I en het parkgebied-woongebied binnen een jaar conform het goedgekeurde saneringsplan uit te voeren.
Appellanten voerden onder meer aan dat hun bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk werden verklaard, dat het ontbreken van een dwangsom onterecht was, en dat de sanering conform het plan had plaatsgevonden. Tevens werd betoogd dat het correctiebevel niet redelijk was wegens veranderde omstandigheden en dat de termijn onredelijk kort was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat bezwaren tegen de considerans niet leiden tot heroverweging, dat het opleggen van een preventieve dwangsom niet aan de orde was, en dat de uitgevoerde sanering op meerdere punten afweek van het goedgekeurde plan zonder goedkeuring van gedeputeerde staten. Verweerder was daarom bevoegd het correctiebevel op grond van artikel 44 Wet Pro bodembescherming op te leggen.
De stelling dat veranderde omstandigheden het bevel onredelijk maken werd verworpen, evenals het bezwaar tegen de termijn van twee jaar. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het correctiebevel voor sanering bodemverontreiniging zijn ongegrond verklaard.