Uitspraak
200410155/1heeft de Afdeling het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
200304870/1kan uit de opzet en structuur van de Kieswet niet worden afgeleid dat de wetgever met de - vrijblijvende - bewoordingen van artikel X 5, derde lid, van de Kieswet voor ogen heeft gestaan dat pas beroep op de Afdeling open staat, nadat de waarschuwing aan het oordeel van de raad is onderworpen en deze een beslissing heeft genomen over de vraag of in de waarschuwing terecht is geconstateerd dat niet meer aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad wordt voldaan. Dit betekent dat een belanghebbende de mogelijkheid heeft tegen de waarschuwing rechtstreeks beroep in te stellen bij de Afdeling of deze waarschuwing aan het oordeel van de raad te onderwerpen, dan wel beide te doen. Tegen een besluit van de raad staat ingevolge de artikelen X9 en D9, eerste lid, van de Kieswet, in hun onderlinge samenhang gelezen, eveneens beroep open op de Afdeling.
uitspraakvan de Afdeling van 22 februari 2005 is onherroepelijk komen vast te staan dat appellant niet voldoet aan de vereisten van het lidmaatschap en dat het college hem terecht met toepassing van artikel X5, tweede lid, van de Kieswet een waarschuwing heeft gegeven. Gelet op artikel X1, eerste lid, van die wet, is appellant daarmee van rechtswege opgehouden lid te zijn van de raad. Nu als gevolg van deze uitspraak het in artikel X1 bedoelde rechtsgevolg was ingetreden, ontbeert het op 24 maart 2005 door de raad gegeven oordeel daardoor enig rechtsgevolg en kan derhalve niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Nu ook ingevolge de artikelen X9 en D9, eerste lid, van de Kieswet, in hun onderlinge samenhang gelezen, uitsluitend tegen besluiten beroep open staat, is de Afdeling niet bevoegd van het onderhavige beroep kennis te nemen.