Uitspraak
200405814/1.
200405814/1, heeft de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, reg.nr. AWB 03/4343 en AWB 03/4345, bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Raad van State
Verzoekster heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 29 december 2004, waarin de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigde.
Het verzoek tot herziening betrof de stelling dat het voorontwerp-bestemmingsplan "De Vliet" ten tijde van de bestreden beslissing op bezwaar wel ter inzage heeft gelegen. Verzoekster stelde dat dit van 9 april 2001 tot en met 6 mei 2001 het geval was, wat volgens haar tot een andere uitspraak zou moeten leiden.
De Afdeling oordeelde dat deze feiten niet nieuw waren, omdat uit de toen overgelegde stukken reeds bleek dat het voorontwerp-bestemmingsplan in het kader van een inspraakprocedure ter visie heeft gelegen. Bovendien was niet in geschil dat het ontwerp-bestemmingsplan niet ter inzage heeft gelegen ten tijde van de beslissing op bezwaar.
Daarom was er geen grond voor herziening op basis van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen omdat de feiten niet nieuw zijn en geen andere uitspraak rechtvaardigen.