ECLI:NL:RVS:2005:AT9726

Raad van State

Datum uitspraak
20 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500860/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8 AwbArt. 6a WROArt. 23 WRO
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake terinzagelegging voorontwerp-bestemmingsplan De Vliet

Verzoekster heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 29 december 2004, waarin de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigde.

Het verzoek tot herziening betrof de stelling dat het voorontwerp-bestemmingsplan "De Vliet" ten tijde van de bestreden beslissing op bezwaar wel ter inzage heeft gelegen. Verzoekster stelde dat dit van 9 april 2001 tot en met 6 mei 2001 het geval was, wat volgens haar tot een andere uitspraak zou moeten leiden.

De Afdeling oordeelde dat deze feiten niet nieuw waren, omdat uit de toen overgelegde stukken reeds bleek dat het voorontwerp-bestemmingsplan in het kader van een inspraakprocedure ter visie heeft gelegen. Bovendien was niet in geschil dat het ontwerp-bestemmingsplan niet ter inzage heeft gelegen ten tijde van de beslissing op bezwaar.

Daarom was er geen grond voor herziening op basis van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen omdat de feiten niet nieuw zijn en geen andere uitspraak rechtvaardigen.

Uitspraak

200500860/1.
Datum uitspraak: 20 juli 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
om herziening (artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) van de uitspraak van de Afdeling van 29 december 2004, in zaak no.
200405814/1.
1.    Procesverloop
Bij uitspraak van 29 december 2004, in zaak no.
200405814/1, heeft de Afdeling de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, reg.nr. AWB 03/4343 en AWB 03/4345, bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij brief van 22 januari 2005 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juni 2005, waar verzoekster, bijgestaan door drs. ing. J. van der Perk, en het college van burgemeester en wethouders van Rijnsburg, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. Piessens-Verbist, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2.    In de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, heeft de Afdeling overwogen dat het beroep van verzoekster op artikel 8, eerste en tweede lid, van de voorschriften van het voorontwerp-bestemmingsplan "De Vliet" reeds faalt omdat het voorontwerp-bestemmingsplan nog niet ter inzage is gelegd.
2.3.    In het verzoek om herziening stelt verzoekster dat dit voorontwerp-bestemmingsplan ten tijde van de door haar bestreden beslissing op bezwaar van 3 oktober 2003 wel degelijk ter inzage heeft gelegen, namelijk van 9 april 2001 tot en met 6 mei 2001, en dat dit feit tot een andere uitspraak van de Afdeling zou moeten leiden.
2.4.    Uit hetgeen in het verzoek om herziening is betoogd, blijkt dat geen sprake is van feiten en omstandigheden die bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Zoals verzoekster in haar verzoek om herziening immers heeft aangegeven, bleek reeds uit de destijds overgelegde stukken dat het voorontwerp-bestemmingsplan in het kader van een op de voet van artikel 6a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) gehouden inspraakprocedure ter visie heeft gelegen.
2.5.    Artikel 8 van Pro het voorontwerp-bestemmingsplan "De Vliet" betreft een overgangsbepaling met als peildatum het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan ingevolge artikel 23 van Pro de WRO. Nu voorts niet in geschil is dat van een terinzagelegging van een ontwerp-bestemmingsplan als in deze bepaling bedoeld ten tijde van de hier van belang zijnde beslissing op bezwaar geen sprake is geweest, moet het ervoor worden gehouden dat de overweging waarvan herziening wordt verzocht hierop betrekking heeft.
Gelet hierop komt de Afdeling niet toe aan een beoordeling van hetgeen verzoekster verder heeft aangevoerd.
2.6.    Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen, nu geen sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
2.7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.
w.g. Scholten-Hinloopen          w.g. Lodder
Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2005
17-499.