Uitspraak
199900917/1(AB 2003, 98) - dient als uitgangspunt te gelden dat een handhavingsbesluit is gericht op het volledig opheffen van de overtreding. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan er aanleiding zijn bij afweging van de betrokken belangen van dit uitgangspunt af te wijken door een handhavingsbesluit te nemen dat betrekking heeft op het gedeeltelijk ongedaanmaken van de overtreding. Bij vaststelling of er sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden, is van belang of op korte termijn een mogelijkheid tot (partiële) legalisatie bestaat. De Afdeling is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de vraag of ten aanzien van de loods ten tijde van het bestreden besluit op korte termijn een mogelijkheid tot partiële legalisatie bestond, eveneens ontkennend moet worden beantwoord. Ook ten aanzien daarvan geldt, dat er ten tijde van het bestreden besluit geen aanvraag voor een bouwvergunning noch een verzoek om vrijstelling voor de loods was ingediend. Het lag op dat moment dan ook geenszins in de rede te verwachten dat [wederpartij] op korte termijn over een bouwvergunning zou beschikken. Nu ook overigens geen grond te vinden is voor het oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding zouden moeten geven een handhavingsbesluit te nemen dat slechts betrekking heeft op het gedeeltelijk ongedaan maken van de overtreding, heeft appellant terecht een handhavingsbesluit genomen gericht op het volledig opheffen van de overtreding.