Uitspraak
200103657/1, (AB 2003/415), de vraag of een perceel al dan niet in het buitengebied ligt, een vraag van feitelijke aard en is niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft bepalend, doch de aard van de omgeving. Het perceel van appellant is gelegen aan de rand van een aaneengesloten gebied van woon- en bedrijfsbebouwing. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het perceel van dit gebied onderdeel uitmaakt en derhalve binnen de bebouwde kom is gelegen. Dat het perceel op grond van het bestemmingsplan een agrarische bestemming heeft, maakt dat niet anders. In dit verband is evenmin relevant dat de Afdeling in haar uitspraak van 27 november 2002 in zaak no. 200105454/1, betreffende een herziening van het bestemmingsplan, het gebied heeft omschreven als "gronden die thans gebruikt worden voor agrarische doeleinden en die in het plan bestemd zijn als natuurontwikkeling". Uit deze omschrijving kan niet worden afgeleid dat het perceel buiten de bebouwde kom is gelegen.